In februari-maart waren we 4 weken op Bali.

Op het laatste moment hadden we via de vakantiebeurs een vlucht geboekt met Royal Brunei, prima toestel maar wel omslachtig. Van huis tot bestemming Bali hotel waren we 32 uur onderweg. We vlogen met British Airways naar Londen, overstappen op Royal Brunei naar Abu Dabi, vandaar naar Brunei en dan uiteindelijk naar Denpassar Bali. Omdat we op elk vliegveld goed konden uitrusten waren we niet eens vermoeid.

We logeerden 4 weken in het Palm Beach Hotel in Kuta Tuban. Het hotel is gelegen in een mooie tuin met zwembad en heeft een open restaurant met uitzicht op zee.

In het hotel werd een prima ontbijt verzorgd met zelf gebakken bruine boterhammen maar natuurlijk ook gewoon met nasi. Je kon er 's avonds ook goed eten (en dansen), maar meestal zochten we steeds een andere lokatie om nog meer variatie in de maaltijden te krijgen. We zijn ook een paar keer naar Jimbalan Beach geweest, in dit vissersdorpje kun je in de vele visrestaurants langs de strandweg de vers gevangen vis zelf aanwijzen en deze wordt, meestal gegrilld, dan op het strand opgediend. Als je vroeg bent kun je genieten van de soms spectaculaire zonsondergang.

   

Vanuit Tuban is het langs het strand ongeveer 15 min. lopen naar het centrum van Kuta, wat we natuurlijk regelmatig deden om daar een terrasje te pikken en wat te winkelen in de smalle drukke straatjes of in het warenhuis Matahari.

Het strandterras bij Wajang is extra gezellig, hier kun je uren zitten en de bedrijvigheid aanzien. Vooral de Japanners hebben het zwaar te verduren met de strand/straat handelaars. Zij zijn niet gewend om af te dingen en betalen dus altijd te veel (eigenlijk verpesten zo voor ons de markt een beetje). De Japanners zijn knappe golfsurfers, altijd leuk naar hun capriolen te kijken. Een paar vrouwen zitten kunstige versieringen te vlechten van palmblad voor de eerstvolgende ceremonie. Een ananas-verkoopster schilt en verkoopt de heerlijke rijpe vruchten voor 50 cent.

         

Deze vakantie was bedoeld om uit te rusten en een stukje te overwinteren. Natuurlijk zijn we er ook een paar keer met een taxi op uit getrokken om wat uitstapjes te maken. O.a. hebben we een dagtrip gemaakt naar Lovina Beach (Noord Bali). Heel vroeg uit het hotel vertrokken om daar met een klein vissersbootje de zee op te gaan om dolfijnen te spotten. Het duurde wel even maar uiteindelijk hebben we ze toch gezien. Vrolijk rondspartelende en springende dieren, zou dit nog wel eens van nog dichter bij willen meemaken.

             

Op de terugweg zijn we nog naar de bekende waterval van Gitgit geweest en naar het Bratan Meer, we hebben gewandeld door de grote tuin bij de tempel en foto's gemaakt van het kleine tempeltje in het meer.

Ik herinner me nog een dagtrip naar de Gunung Agung, deze nog werkende vulkaan lag helaas helemaal in nevelen gehuld. Toen zijn we maar naar de Moedertempel Pura Besakih gegaan en werden wel erg enthousiast begroet door de (te) vele sarongverkopers. Verder nog via hele slechte wegen tussen de prachtige terrasvormige rijstterassen gereden. Deze zijn bijna nog mooier dan op Java omdat ze als het ware tegen de bergen gedrapeerd liggen.

We bezochten Ubud met zijn vele kunstnijverheid winkeltjes en ook een paar keer Denpassar, waar zich een enorme overdekte markt bevind, volgepropt met souvenirs en andere snuisterijen.

Brommers zijn het belangrijkste vervoermiddel op Bali, meer noch dan auto's denk ik. Hier staan ze geparkeerd in de straat bij de markt in Denpassar.

Ergens langs de weg was men zich aan het verzamelen, familie, vrienden, bekenden, toeristen, maakt niet uit als het er maar veel zijn voor een traditionele crematieplechtigheid. Een hoogopgemaakte en zeer kleurrijke baar (met bovenop de overledene zijn of haar oudste zoon) en daarachter grote groepen familieleden in prachtige kleding. In optocht liep men richting crematieplaats. Bij een rotonde aangekomen werden er extra rondjes gelopen en veel drukte gemaakt. Dit was bedoeld om de kwade geesten op een dwaalspoor te brengen, zodat ze de baar niet konden volgen?! Wij volgden op discrete afstand naar een afgelegen stuk grond waar onder een paar oeroude bomen de uiteindelijke crematie plaats vond. Op televisie had ik het wel een gezien, het gaat met een flinke fik en vonkende vlammen gepaard. Best luguber maar de familie zat al weer te eten en te drinken en leken helemaal niet verdrietig.

       

We zijn een paar keer op stap en uit eten geweest met Ab en Jet, goede bekenden uit Uithoorn, die in het naastgelegen hotel logeerden. Was gezellig en handig omdat zij al vele jaren overwinterden en ons veel tips konden geven. Hieronder koop ik een schaaltje roedjak (vers fruit met pittige bruine saus) op het strand. Jet en Ab vertrouwen het niet erg!

          

Het strand in Tuban is niet echt mooi, we zijn wel een aantal keren met de shuttle bus van Benny's restaurant naar een prachtig strand geweest (weet niet meer precies, in de buurt van Nusa Dua) waar het heerlijk toeven was, goede strandstoelen, lekkere drankjes en hapjes, mooi strand en heerlijke zee, ongeveer 28 graden. We vermaken ons met de verkopers op het strand. Af en toe komt er een vissersbootje aan op het strand met een karig mandje vis als 'buit'. Er was zelfs een 'stranddouche' van bamboe.

             

We hebben heerlijk kunnen ontspannen, veel gelezen bij het zwembad en ons buiten verwachting geen moment verveeld. We denken nog vaak terug aan dit mystieke godeneiland dat zo veel aan toeristen te bieden heeft en hopen hier spoedig terug te komen.

Marina en Frans.

Gesponsorde koppelingen